Wintertuinplein, 29 mei 2026
Psst…Lina,
En? Twéé verjaardagen in één week! Eerst papa en nu dat zusje van je, met doorlopend feestgedruis en ingewikkelde kado’s in grote dozen die je uit en in elkaar moet zetten vóór je er iets aan hebt. En als klap op de vuurpijl, morgen met publiek, de grote afterparty bij de stadsmolen aan het Spaarne.
Ben benieuwd of je er nog een touw aan vast kunt knopen. Inderdaad, met twee eigen verjaardagen achter de rug word je op TikTok meteen influencer, maar ik geloof nog steeds dat je beide keren geen idee had waar al die opschudding goed voor was. Afgezien natuurlijk van al het nieuwe speelgoed en de taart met slagroom waar geen eind aan kwam.
Bovendien lijkt het me een hele klus dat je ’het’ deze keer ook nog moet uitleggen aan een meisje, dat een jaar geleden in mama’s buik zat en baby heette. Die weet helemáál nergens van en zet sinds kort, bij het het minste of geringste, een keel op van jewelste. Dus pas maar op!
Wist je trouwens dat het voor mij één groot raadsel is wat je wel of niet begrijpt van de woorden die ik tegen je zeg of, zoals in dit geval, aan je schrijf? Eigenlijk doe ik maar wat, op goed geluk, in de hoop dat er op wonderbaarlijke wijze een vonk, klank of gedachte overspringt waar je iets mee kunt, iets dat je een beetje helpt vooruit te komen en je draai te vinden in deze wereld en op deze aarde. Want het lijkt me niet niks: al dat opgroeien en ont-wik-ke-len, leren roeien met de riemen die je hebt en zo.
Zelf heb ik me vaak het hoofd gebroken over de vraag, wat ik me nog kon herinneren van het begin van mijn leven. Niet wat anderen me daarover hadden verteld of wat ik inmiddels op school had geleerd, maar hele concrete dingen die in mijn hoofd – wat je hersens noemt – bleken te zijn opgeslagen zoals een plaats, persoon, gebeurtenis, gevoel, geur, naam, noem maar op, iets dat ik op elk zelfgewenst moment kon oproepen en gebruiken.
Tot ik er genoeg van kreeg en accepteerde dat ik niet verder of dieper terug kon gaan dan mijn kleutertijd, al bleef ik me afvragen hoe het kwam dat andere mensen zich zelfs de periode vóór hun geboorte konden herinneren. In de vroegste beelden die ik van mezelf met me meedraag ben ik al tot allerlei dingen in staat, zowel in mijn eigen huis als in de wereld daaromheen. En hoewel ik er nauwelijks duidelijke woorden bij kan vinden, lijkt het me logisch dat niet alles maar toch wel veel met andere mensen te maken had en dat ik daarbij gebruik maakte van taal.
Vandaar waarschijnlijk dat ik sinds jij in mijn leven verscheen – dus al bijna drie jaar lang – het meest heb uitgekeken naar de fase waarin we met elkaar woorden zouden gaan wisselen. Dan zou ik je vragen kunnen stellen en antwoorden krijgen, waarmee ik uit de voeten kon. Ik bedoel ik wil gewoon weten wie je bent, wat je wilt, of je het leuk vindt samen dingen te doen en wát dan.
Maar wat heet ‘gewoon’? Het gaat allemaal zo langzaam. Soms zou ik willen dat je een paar jaar oversloeg… Laatst dacht ik niet voor niets dat je dit jaar naar de basisschool zou gaan. Nogal dom, ja. Had niet goed geluisterd, zag je zo graag een sprong naar voren maken in de tijd. Dus neem het me maar niet kwalijk, als ik van tijd tot tijd te weinig geduld heb,
je grootvader die al vroeg met taal aan de slag ging en
daar nooit genoeg van zal krijgen.
Geef een reactie