Bouta

Waar de journalistiek het opgeeft of willens en wetens wegkijkt, komt gelukkig van tijd tot tijd een eigenzinnige schrijver met niet alleen eergevoel en geweten maar ook fantasie en een scherpe pen om de hoek kijken. Om ons, permanent nieuwsgierige lezers tegen de klippen op, uit de brand te helpen. Zo ook op 25 april van dit jaar, toen ik op goed geluk een rondje maakte in de Bibliotheek Haarlem Centrum.

Het was alsof iemand het ongevraagd en stilzwijgend voor me had neergelegd, op een los staande tafel met een allegaartje aan boeken. De verschoten foto op de voorkant liet me onberoerd, de naam in witte koeienletters TOMAS ROSS daarentegen resoneerde wèl en de titel trok alle registers open: NACHT OVER PARAMARIBO. 

Ross was in mijn brein al sinds jaar en dag de nestor van het literaire genre politieke thriller, al kon ik me niet zo gauw herinneren wat ik het laatst van hem had gelezen. Kon ik dit exemplaar op de een of andere manier hebben gemist? Het leek me, gezien het onderwerp, hoogst onwaarschijnlijk. Een snelle blik op de achterkant en de woorden Eerste druk november 2025 leerden me dat hij het pas na de kerst van 2024, toen Desi Bouterse overleed, geschreven had. 

Dus een schot in de roos, want het zat me nog steeds niet lekker dat de Nederlandse nieuwsmedia zich dat hele jaar, sinds Bouta half januari ‘spoorloos’ verdween in plaats van op te draven om zijn straf uit te zitten, en masse van den domme hadden gehouden. Als was het een binnenlandse aangelegenheid in Verweggistan. Niet dat ik daarvan opkeek, want in de vier jaar dat ik er zelf woonde (2014-18) en in de Surinaamse journalistiek meedraaide, had ik die onverschilligheid te goed leren kennen. 

Op 30 maart van dat jaar kwam bij voorbeeld de Volkskrant nog doodgemoedereerd met een bak oud nieuws in een kleurrijke verpakking onder de vlag van ‘de goudkoorts die Suriname in zijn greep houdt’, met meer oog voor nieuwe satellietbeelden van gaten in het Bos dan gevoel voor de actuele dynamiek in politiek en samenleving. Bouta als de olifant in de kamer van zelfingenomen journalisten van overzee… Het geld voor dat snoepreisje had beter besteed kunnen worden, dacht ik zo. Te meer omdat ik in mijn contacten met vrienden telkens weer merkte dat de aanstichter van de Revolutie van 1980 nog altijd volop ‘aanwezig’ was.

Ik keek die dag, met dat boek in de hand, eerst nog even om me heen, of ik het wel goed begrepen had en er geen kapers op de kust waren. Voor ik me naar huis haastte om mijn vondst in veiligheid te brengen. Tegelijkertijd maakte ik me sterk dat er de afgelopen maanden vast wel recensies over zouden zijn geschreven. Daar kon ik dan tijdens het lezen mijn voordeel mee doen. 

Nee dus. Een eerste verkenning op het internet leverde slechts een paar vermeldingen op, maar geen kwalificatie van betekenis. Althans hier in de lage landen, want tussendoor kreeg ik wel – bij wijze van opsteker – het Surinaamse platform StarNieuws in het oog, waar Carlo Jadnanansing op 13 december gewaagde van ‘absolute aanrader’ en ‘thriller van formaat’.

Dit laatste onderschrijf ik van harte, want Ross heeft naar mijn smaak alles uit de kast gehaald om er een pakkend verhaal van te maken en tegelijk – binnen de grenzen van het genre – een eigen licht te laten schijnen op een brok geschiedenis. Dus zonder de pretenties van journalist of historicus, laat de lezer maar uitmaken waar observatie eindigt en verbeelding het overneemt of andersom.

Heel concreet heb ik nu tenminste een antwoord op de vraag waar Bouta zich in zijn laatste levensjaar zoal heeft opgehouden en hoe hij aan allerlei touwtjes kon blijven trekken om zijn macht te doen gelden en de ultieme vernedering in de cel te ontlopen. In dat opzicht toont Ross zich voortdurend de vakman, die weet waar hij het over heeft. Wat mij, zeker in de passages die zich in Suriname afspeelden, vaak het gevoel gaf dat ik erbij was, over zijn schouder mee mocht kijken. 

Wat de plot betreft, waarin de jacht op een mysterieus koperen kistje in Bouta’s nalatenschap centraal staat, had ik aanvankelijk mijn twijfels. Maar zo ongeveer halverwege moest ik toegeven dat het een prima manier was om duidelijk te maken dat ‘het moederland’ van meet af aan, dat wil zeggen sinds de besluitvorming over de onafhankelijkheid in 1975, een hele dikke vinger in de Surinaamse pap heeft gehad en gehouden en dus voor allerlei zaken tenminste medeverantwoordelijk is. Het rijksarchief is niet voor niets het kroonjuweel van ‘onze’ defensie. 

Wie overigens Tomas Ross (81) en zijn stijl nog moet leren kennen, zou ik willen meegeven dat het geen fluitje van een cent is, een roman als deze naar waarde te schatten. Dus neem er de tijd voor, laat hem niet te vaak of te lang liggen en houd vol. Die oortjes kunnen wel even zonder jou en die serie, ach… Iets heel anders kan best leuk zijn. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie-instellingen kunnen opslaan.