Alex. B-28

Wat is er gebeurd? Hij zit onderuit en loopt helemaal leeg. Als een lek geprikte ballon. Zijn kleren nog niet uit, wel de broek tot op zijn enkels. Het hoofd is zo zwaar dat het telkens naar voren valt. Aan beide kanten van de romp bungelt een arm. 

Het duurt een eeuwigheid voor hem een licht opgaat en zijn lijf overeind komt. De rechter arm gaat omhoog, de linker stoot tegen een deurpost. Het gangetje op en de hoek om. Daar moet een plek zijn waar vallen geen pijn doet. 

Hij had kunnen weten dat hij het niet gewend was. Een avondje doorzuipen. Normaal doet hij dat niet, althans niet in z’n eentje. Maar wanneer zich dan plotseling wél gezelschap aandient… En niet zo maar gezelschap.

Als hij ooit ergens in zijn leven heeft geleerd wat doordrinken is, was het wel in Afrika. Zwart Afrika, zul je bedoelen. Ja, natuurlijk. 

Al kort na zijn allereerste aankomst ten zuiden van de Sahara was het raak. Op het terras van het New Africa Hotel in hartje Dat es Salaam, vlak bij de haven. Een van zijn eerste afspraken. Met een of twee collega’s van een plaatselijke krant of zo, precies weet hij het niet meer. Het is zó lang geleden. 

Hij moest er toen nog aan wennen dat het zo vroeg donker was. Had zelf waarschijnlijk nog geen avondeten gehad of was er – als nieuwkomer – van uitgegaan dat de afspraak met eten gepaard zou gaan. Nou, vergeet het maar, drinken is ook eten!

In een mum van tijd stond het tafeltje half vol met grote bruine bierflessen van de plaatselijke merken. Telkens wanneer zijn gesprekspartners aan een volgend rondje toe waren, werden nieuwe besteld. Ook voor hem, al stond van meet af aan vast dat hij hun tempo niet kon bijbenen en werd zijn achterstand dus steeds groter. 

Hoe groter zijn verlegenheid met de situatie, des te meer reden voor een jolige stemming van ouwe-jongens-krentenbrood. Het voelde als een ontgroening, maar met de beste bedoelingen. Vermoedelijk heeft hij die keer flink moeten dokken. Al is dat geen uitgemaakte zaak, want later is hij vaak genoeg getrakteerd, zelfs wanneer hij dacht dat de ander geen cent te makken had. 

‘Afrikanen’ zijn, waar ook ter wereld en in alle mogelijke omstandigheden, gulle mensen die houden van gezelschap. Zo ook gisteravond, toen hij bij zonsondergang nog wat extra foto’s had gemaakt. Op de terugweg onderaan de brug, tussen de eerste en tweede trap, werd plotseling op een raam werd getikt, waarna een zware deur open zwaaide en een Kaapverdiër hem toeriep dat hij binnen moest komen.

De mess van de crew was café geworden. Geen overall of andere werkplunje, stijf gebogen over een volgeladen bord, meer te bekennen. Zaterdagavond! Wat wil je drinken: bier, wijn, soft? Alles binnen handbereik.

Hij herkende Jaïr, die hem een plaats wees aan het tafeltje waar met veel kabaal een of ander bordspel werd gespeeld.

Proost! Hij keek om zich heen en zag verderop, in het gangetje langs de keuken, zowaar de Chief Engineer voorbij komen. En de andere kant op lopen, dus het mixen van hoog met laag was kennelijk niet aan de orde.

Bij nader inzien deed het spel van de drie Kaapverdiërs hem trouwens denken aan waar ze vroeger, vóór het Monopoly-tijdperk in hun gezin, geen genoeg van konden krijgen: Mens erger je niet. De naam kon hij zo gauw niet in het Portugees vertalen, maar toen hij het ging uitleggen, leek het de drie heel aannemelijk. Het was heel oud, zeiden ze, van toen de Portugezen nog de baas waren, en razend populair. Zelfs een volkssport geworden, met toernooien en wedstrijden tussen complete dorpen. 

Wilde hij dan niet meespelen? Zijn hart zei ja, maar misschien golden hier andere spelregels en dan zou hij zijn medespelers alleen maar ophouden. Dus hij sloeg het aanbod af. Zeker weten? Oké, geen probleem. Hij was er niet minder welkom om. Al weken hier aan boord en pas voor het eerst bij hen te gast…

De conversatie mocht dan wel te wensen overlaten, meeleven met mensen die volkomen in hun spel opgaan was ook een kunst en het samen zijn hoofdzaak. Aan drank in ieder geval geen gebrek. Gelukkig had hij de tegenwoordigheid van geest om na de nodige Warsteiners niet over te stappen op iets sterkers, want  met de inname van bier alleen kon hij het vroeger best lang volhouden. Maar dat was vroeger. 

Dus toen eindelijk Cesária Évora haar stem verhief en het laatste stuk stokvis van thuis uit de koelkast werd gehaald, kon hij al nauwelijks meer uit zijn ogen kijken. 

Wie had dat gedacht? Een zondag uit het boekje: uitslapen zo lang je maar kunt, na een stevig avondje uit. Het hoofd zeurt nog na, maar het lijf krijgt al weer trek. Wat zou Ricardo vanmorgen hebben gedacht, toen ik niet kwam opdagen voor het ontbijt? 

Misschien had mij vanuit zijn keuken wel zien zitten de afgelopen avond, aan dat tafeltje met Jaïr en hun variant van Mens erger je niet. Zou hij zelf wel eens meespelen? Als kok moet je natuurlijk constant aanstaan. Anders komt alles aan boord op losse schroeven te staan en is de ondergang nabij. Wat een hondenbaan! 

Stom dat ik niet wilde meespelen. Dat hadden ze

hartstikke mooi gevonden. Wat kon er fout gaan, was ik soms bang te worden ingemaakt? Reken maar dat ik dan mijn hersens had moeten gebruiken en nooit zo ladderzat was geworden. 

Maar ik heb er geen spijt van, integendeel. Hijs je maar eens overeind, jochie, en zet water op voor koffie. Als je een tijdje uit het raam gaat hangen, is het leed gauw geleden. Laat de lunch niet aan je neus voorbij gaan, want Ricardo zet vast zijn beste beentje voor. Per slot van rekening is het de dag des Heren. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.