Het vege lijf

Met dat ene oog zie je toch goed genoeg, wees maar blij dat je daar nu óók een kunstlens in hebt zitten (…) Als het met die brace niet overgaat, kunnen we je altijd nog doorsturen voor een injectie (…) Neem maar een sachet extra en zorg dat je dagelijks afgaat, desnoods met donder en bliksem (…) nee, het loopt het heus wel los met die endeldarm, al blijf je natuurlijk zitten met de gevolgen van de bestraling (…) En wat dat harde struisvogelei-achtig geval naast je piemel betreft, daar ga je ook niet dood aan (…) 

Zo zwalkt hét zorgenkind van de godganse samenleving van de ene arts of paramedicus, praktijk, het medical center of ziekenhuis naar het andere. Maar wat weten die dames en heren werkelijk van ouder worden en verouderd zijn, als ze het zelf niet aan den lijve ondervinden? Misschien zou het helpen, als ze je eens stevig vastpakten of trakteerden op een brasa. Stel je voor… Nee, laat de apparatuur maar het werk doen en sla er zelf een slag naar. 

Dus ons soort stervelingen rest – maatschappelijk gezien – voor onbepaalde tijd een eenzaam én onontkoombaar avontuur. Het vege lijf redden zogezegd, maar hoe doe je dat? Moeten we er soms gemakshalve van uitgaan dat het lijf zichzelf wel redt, op de een of andere onnavolgbare manier? In de trant van de kruik gaat zo lang te water tot ze barst.

Zolang het lijf beantwoordt aan je sterkste behoeften en diepste wensen, kost het geen moeite ervan te houden. Maar zodra het niet langer aan die verwachtingen voldoet, ontstaat ongemak en moet je – zoals in elke relatie – de bakens verzetten om elkaar te blijven begrijpen en tenminste te verdragen. 

Ik geef grif toe dat ik al vroeg, zelfs bij het vermoeden van het zo algemeen gevreesd en op afstand gehouden verval, mijn stekels overeind stak. Zodoende ben ik al jaren bezig me te verweren, al kon ik nog zo goed beredeneren dat mensen hun leven danken aan de natuur en dat in die natuur groei en opbouw even vanzelfsprekend zijn als slijtage en aftakeling. Ik zal ook niet ophouden me te verzetten, al was het maar omdat ik heb geleerd het leven te beschouwen als een geschenk en kunstwerk tegelijk. Iets dat nooit genoeg tijd en zorg kan krijgen en waar ik primair zelf verantwoordelijk voor ben. 

Daar staat tegenover dat ik pas de laatste tijd goed ben gaan beseffen dat mijn verzet niet moet ontaarden in vechten tegen de bierkaai, want daar schiet niemand iets mee op. Maar laat me dan wel mijn beperkingen aangeven en de nodige grenzen trekken. 

Vandaar de neiging meer actief aandacht te schenken aan mijn eigen dood, in plaats van te volstaan met de gedachte dat ik de dood goed genoeg ken om er niet bang voor te hoeven zijn. Wat dat betreft heb ik aansluiting gezocht bij de pleitbezorgers van een in alle opzichten zelfbepaald levenseinde. Juridisch verankerd en zonder ongevraagde inmenging, in het kader van de Eed van Hippocrates of onder welke vlag dan ook. 

Ondertussen, zolang ik daar niet aan toe ben en mijn ogen de kost geef, krijg ik – wisselend maar toch – de indruk dat ik niet ben uitgerangeerd. Beter gezegd: me niet laat uitrangeren. Niet alleen omdat ik meer tot deze samenleving wil bijdragen dan een stem bij verkiezingen en de nodige koopkracht, maar ook omdat sinds decennia discriminatie op grond van leeftijd schering en inslag is en de overheid alles behalve effectief beleid voert om het zelfgeschapen spook Vergrijzing te bezweren. 

Ja, natuurlijk piept en kraakt het ook in mijn geval, het ene gebrek is nog niet verholpen of er dient zich al weer een ander aan, je moet niet de goden verzoeken, goed voor jezelf zorgen maar ook op z’n tijd streng zijn en je beheersen. En zo kom ik weer bij dat vege lijf. 

Maar gelukkig blijkt dat op de keper beschouwd meer te zijn dan een beendergestel, bewegingsapparaat, spierkracht, bloedsomloop en andere met het blote oog – desnoods een ander zintuig – waarneembare onderdelen en eigenschappen. Het omvat ook kennis en geheugen, meningen en emoties, energie, bewustzijn en creativiteit, kortom geestelijke vermogens en daar ligt bij uitstek de meerwaarde van ouderen.

Vaak gaan die vermogens namelijk een leven lang mee, breiden ze zich uit of passen zich uitstekend aan. In tegenstelling tot de eerder genoemde meer ‘lichamelijke’ vermogens, die stelselmatig afnemen in kwaliteit en kwantiteit. Met name bepaalde hersencellen beschikken over een ongekende plasticiteit, dat wil zeggen dat ze telkens weer nieuwe verbindingen aangaan op grond van de lessen die de betrokken drager van het leven meekrijgt en allerlei andere ervaringen.

Sinds ik dit laatste een beetje door heb, ervaar ik het steeds meer als troost dat ik in staat ben vergelijkingen te maken en verbanden te leggen tussen heden en verleden. Omdat het me helpt zaken te begrijpen en ermee om te gaan, maar ook omdat ik de kans krijg nu een ander standpunt in te nemen dan destijds en nieuwe perspectieven te ontdekken.

Geeft dat ouderen meer recht van spreken? Niet per se, maar meer gedeeld historisch besef zou de samenleving in deze tijd geen kwaad doen, denk ik.* Neem maar eens, bij wijze van voorbeeld, de manier waarop in diverse kringen wordt omgegaan met de twee grote oorlogen, die ook ons de afgelopen vier jaar dankzij de hegemonie van drie mannen-met-kernwapens in drie verschillende continenten hebben getroffen. 

Zelfs toen de grootste van de drie op instigatie van de kleinste, met de middelste als lachende derde, Iran de oorlog had verklaard, wist De nieuwe vredesbeweging op 28 maart nauwelijks een voetbalveld vol te mobiliseren. De massamedia waren oorlogsmoe en joegen hun klanten op stang met een op- en aangeblazen energiecrisis, terwijl het parlement alle begrip had voor het begrip van het kabinet voor het tweetal agressors. En nu, op maandag 13 april, zitten de premier en het koningspaar der Nederlanden te dineren in het Witte Huis.

* In 1962 opende prof. Röling (1906-1985), rechter in het oorlogstribunaal te Tokio (1946), het Polemologisch Instituut in Groningen, om oorzaken van oorlog en voorwaarden voor vrede te onderzoeken. Na zijn dood werd per 1 maart 1993 het instituut gesloten vanwege financiële problemen en gebrek aan draagvlak binnen de faculteit rechtsgeleerdheid.

Eén reactie op “Het vege lijf”

  1. Meo avatar
    Meo

    Wie weet bedenkt het meest oorlogsgeil land een nieuw concept
    -War on War-

    Volgens mij KUN je – nee HOOR je- in een beschaafde wereld zelfs tegen je beste vriend, kind of geliefde te zeggen. ” Je gaat nu echt te ver”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie-instellingen kunnen opslaan.