Beschaafd verslaafd

De gezaghebbende ‘linkse’ burgemeester van een grote stad in Brabant en de spraakmakende talkshowhost van een kleine ‘rechtse’ omroepvereniging zijn het roerend met elkaar eens: de hoofdtaak van het aanstaand eerste kabinet-Jetten is ‘onze welvaartsstaat’ veilig stellen. Linksom of rechtsom – het is per slot van rekening een minderheidskabinet – als het toerental van de economie maar in de plus blijft. Hoe eenkennig dan wel verslaafd kun je zijn?

Eenkennig ja, alsof we met z’n allen op dat ene stukje grond geheel zelfstandig kunnen uitmaken wat hier gebeurt en maling hebben aan wat ze in die andere landen allemaal uitspoken. Alsof die welvaart die we dan zo nodig moeten behouden en liefst nog vergroten, uit de lucht komt vallen en het volstrekt niet terzake doet of, laat staan hoe, al die andere mensen in hun staten het hoofd boven water houden. 

En verslaafd ja, want hoe lang laten we ons niet al wijs maken dat we ongelimiteerd door kunnen gaan met het uitmelken van moeder aarde, dat wil zeggen haar schijnbaar ‘gratis’ natuurlijke hulpbronnen te gelde maken met alsmaar meer geraffineerde en meedogenloze verdienmodellen? Alsof alleen een overdaad aan materiële goederen ons zo wijs, vrij, gezond, tevreden en gelukkig maakt dat we niet langer elkaar de loef afsteken en de kop inslaan. 

Er was eens een wereld – niet zó lang geleden want ik kan het me goed herinneren – die bezig was zich te herstellen van ‘de tweede wereldoorlog’, dat wil zeggen een jaren lang immens, nauwelijks nog voorstelbaar, gewelddadig conflict tussen technologisch aan elkaar gewaagde, zogenaamd beschaafde staten in met name Europa, Noord-Amerika en Azië. Niet dat er toen, zeg maar in de jaren 1950-1980, geen oorlogen meer plaatsvonden, maar die droegen een geografisch veel beperkter karakter, omdat ze vooral in het teken stonden van de hang naar onafhankelijkheid van Europese overzeese kolonies. 

Daarnaast ontstond in die wereld ook een ‘koude oorlog’ tussen de Verenigde Staten (VS) en de Sovjet-Unie, met bondgenoten aan beide zijden, als de twee onbetwiste supermogendheden die elkaar in evenwicht hielden en er ondanks hun onderlinge rivaliteit telkens in slaagden een nieuwe wereldoorlog te voorkomen. Met tegelijkertijd op mondiaal niveau de Verenigde Naties (VN) en hun diverse gespecialiseerde organisaties, als platform en scheidsrechter voor alles en iedereen.

Absoluut hoogtepunt in die relatief rustige periode was de komst van Michail Gorbatsjov in de Sovjet-Unie, die met zijn hervormingen het hele ‘oostblok’ op losse schroeven zette. Mijn reis door diens land, in de nazomer van 1988, van het uiterste westen tot het uiterste oosten, was onvergetelijk. Ruim een jaar later werd het pleit beslecht door de val van de Berlijnse muur, waarmee in mijn beleving het aloude motto van de Franse revolutie vrijheid-gelijkheid-broederschap een mondiale doorstart kreeg.

Er was in de, ideologisch gesproken, westerse ofwel kapitalistische kring die aan het langste eind had getrokken, sprake van ‘het einde van de geschiedenis’, alsof de mensheid haar bestemming had bereikt en alles alleen maar nog mooier kon worden. Zo kreeg zelfs de harde boodschap van de Club van Rome ‘Grenzen aan de groei’, die in de jaren zeventig ongekende opschudding had veroorzaakt maar per slot van rekening door de waan van de dag was geneutraliseerd, meer serieuze aandacht en dus kans van slagen dan ooit tevoren. 

Maar zeker na de eeuwwisseling kwam ik van een koude kermis thuis. En toen was de ‘globalisering’, in de zin van een vooral door de VS aangestuurde wereldmarkt met zo weinig mogelijke beperkingen voor de financiële sector, al een heel eind op streek. De communistische staten van weleer waren voor het grootste deel daarin meegesleurd, althans in economisch opzicht, want in een aantal was de staatsmacht een zaak van één in plaats van meer politieke partijen gebleven. 

De eerste waarschuwing dat er andere tijden op komst waren of, feitelijk, al waren aangebroken, waren de televisiebeelden van 9/11 die tot me doordrongen op een kantoor in Duitsland, waar ik werd klaargestoomd voor een leidinggevende functie in het hulpprogramma van een christelijke organisatie van Europese huize in Tsjaad. Nog één keer wilde ik me daadwerkelijk – daar kwam het toch op neer – keren tegen het grootste onrecht dat in mijn leven had ontdekt, te weten de weerzinwekkende ongelijkheid tussen mensen, gemeenschappen en hele volken in hun dagelijks leven, bestaanszekerheid en toekomstperspectief. Al wist ik maar al te goed, diep van binnen, dat het nergens op sloeg. 

Terwijl ik daar water naar de zee droeg, maakte de wereld namelijk korte metten met opbouw en solidariteit en schoof ze opnieuw in de fuik van haat en vernietiging. Af en toe kreeg ik even zicht op het wereldtoneel, zoals die ochtend eind 2003, aan de ontbijttafel in een hotel in Addis Abeba, dat CNN me liet zien hoe Saddam Hoessein uit zijn schuilplaats te voorschijn kwam, maar dat soort zaken speelde zich af op een andere planeet. Pas veel later, terug in Nederland, zag ik weer hoe laat het was. 

De middenpartijen, CDA, VVD en PvdA voorop, hadden er geen gras over laten groeien. Het evangelie van de marktwerking was tot in de poriën van overheid en samenleving doorgedrongen, private-equitybedrijven sloegen bruggen naar de wereldeconomie met de VS – niet toevallig al een paar eeuwen ons voorland – als belangrijkste magneet en de exponentieel groeiende Chinese economie als jack of all trades, de distributiecentra, databunkers en brievenbusfirma’s – een belastingparadijs op zich – waren niet meer te tellen. In land en stad een lust voor het oog!

In de daarop volgende jaren profiteerde vooral het bedrijfsleven van de mondiale wildgroei, maar conform de trickle-downtheorie nam het de hele samenleving op sleeptouw. Dankzij de hoogconjunctuur kon het land zich een enorme politieke versplintering veroorloven. Populisten van alle kanten zaaiden angst, haat en verdeeldheid, op z’n tijd vulde het Malieveld of Museumplein zich weliswaar met goeiige opstandelingen, maar de tuimelaar Rutte hield de boel bij elkaar en schoof behendig jaar in jaar uit de grote problemen voor zich uit. 

Het wachten was op de kruik die vroeg of laat zou barsten. Nu bijna vier jaar geleden was het zo ver. Dat Rusland juist als gekrenkte grote mogendheid niet op zijn handen zou blijven zitten, was al bij herhaling gebleken. Maar zelfs de verovering van de Krim was hier niet serieus genomen. Deze keer was er geen ontkomen aan en greep, in een maanden lang volgehouden operatie, genoemde premier de als Holle Bolle Gijs duttende natie bij de kladden, om haar niet meer los te laten. Het ergste moest toen nog komen en dan denk ik niet alleen aan het schrikbewind van Trump, dat het afgelopen jaar in de VS de kop opstak. 

Afgelopen zondag schoof in Bureau Buitenland, zo ongeveer het enige programma op de Nederlandse televisie dat – één half uurtje per week maar toch – de rest van de wereld nog beschouwt als iets dat ook ons aangaat in plaats van gemakshalve doorlopend inwisselbare content te verspreiden, de Denker der Nederlanden David van Reybrouck aan tafel. Om in vogelvlucht uit de doeken te doen hoe het zo gekomen is: dat permanent, naar het schijnt niet te stuiten, gedoe met staten, grenzen, vlaggen, volksliederen en zo meer.

Hij begon met een volslagen onbekend eilandje waar in een grijs verleden een grens was getrokken tussen Spanje en Frankrijk, en trok vandaar een lijn naar het heden met zijn talloze voorbeelden van krampachtige pogingen om oude grenzen te handhaven en nieuwe in te voeren, met de meest ongerijmde en mensonterende implicaties en gevolgen. Terwijl we met miljarden mensen gezamenlijk een en dezelfde aarde bewonen en daarvan door ons eigen toedoen nota bene de toekomst op het spel staat. 

Ik hing aan zijn lippen, maar meende te bespeuren dat de aandacht van de dienstdoende verslaggever verflauwde. Geen wonder dat ze even later aanstuurde op een afronding van het gesprek, toen haar gast de mogelijkheid had geopperd van een soort wereldverkiezingen om al die bewoners een stem te geven. 

Ik kende hem al jaren, als schrijver en kritische wetenschapper, en was blij verrast, toen hij een jaar geleden deze functie aanvaardde. Des te meer trof het me dat hij er aan die tafel grauw en vermoeid uitzag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie-instellingen kunnen opslaan.